LANDKAARTEN VAN 'T GOOI
Kartering van 't Gooi Begin 18e eeuw bestonden er een aantal landkaarten van Gooiland. (1) Deze waren echter niet erg nauwkeurig. Na voorafgaande kartering werd in 1709 de eerste redelijk op schaal vervaardigde kaart getekend.(2) Een aantal jaren later kwam er een verbeterde versie (3) van uit. Van de eerste twee kaarten werden slechts enkele exemplaren gemaakt. Kort daarna verscheen er een derde kaart en wel in gedrukte uitvoering. Aan de beide eerste kaarten ging een geschiedenis vooraf. De eerste werd vervaardigd in opdracht van de Gooise stads- en dorpsbestuurders. Ze werden daartoe gedwongen door de gewestelijke overheid. Tussen het lokale bestuur en de eigenaar van Oud Bussem, Hinloopen, werd een proces over gebruiksrechten gevoerd. (4) De Staten van Holland wilden meer duidelijkheid verkrijgen over het vruchtgebruik van de meenten en heidevelden in het Gooi. De Gooise bestuurders namen aanvankelijk in april 1709 contact op met de landmeter Maurits Walraven. Om onduidelijke redenen zag men van hem af en koos men voor landmeter Justus van Broekhuysen. Landmeters aan het werk Niet alleen de autoriteiten volgden de kartering van het Gooi op de voet. Ook de bekende Huizer Lambert Rijksz Lustigh legde deze werkzaamheden vast. Volgens Lustigh verrichtte Van Broekhuysen het veldwerk van mei tot en met augustus. De Hilversumse landmeter Feye Klaasz Boelhouwer assisteerde bij het opmeten. Boelhouwer was tevens buurmeester van Hilversum; hij werd mogelijk toegevoegd om zijn kennis van de omgeving of om een oogje in het zeil te houden. Dat laatste blijkt uit een vermanende brief van Lustigh aan Boelhouwer: "Eerw. vrient, dat dient oock om UE te vermanen om dogh sorge te dragen, dat gij beneffens Justus Broeckhuysen die plaatsen van de duynen, waranden, wildernissen, Goijersbosch etc. niet ruymer meet en beschrijft als behoort, want dat soude in het toekomende een swaart kunnen sijn om ons selver daarmede den hals aff te snijden en geheel Goylant dat selver doen treuren en in benautheijt brengen". (5) Na de metingen tekende Van Broekhuysen minitieus de 'Caarte van Goyland'. Eind november 1709 ontvingen de Staten van Holland de kaart. (6) Waarschijnlijk had Van Broekhuysen hoofdzakelijk de erfgooiersgronden opgemeten. Het doel was namelijk om de ligging en grootte van deze terreinen aan te geven. Daarna zal hij bestaande detailkaarten in zijn kaart hebben ingepast. Het zou anders onmogelijk zijn geweest in zo'n korte tijd met primitieve middelen deze omvangrijke klus te klaren. De correspondentie van de Staten van Holland ten behoeve van de opdracht bleef bewaard. Hierin werd met het volgende zinnetje verwezen naar het gebruik van reeds bestaande detailkaarten: 'Caerten uijt het boek van Kennermerlant (die) raecken 't Goylant, die eenigh gebruyk connen zijn ontrent de Miente'. (7) De genoemde kaarten waren: 'Naerdermeer', 'De Limytscheydinge tusschen 't Goylant en 't Stight', 't Havervelt' en nog enkele van andere delen van 't Gooi. Verder bestonden er detailkaarten van de vesting Naarden en directe omgeving, 's-Graveland, de Muidertrekvaart en verschillende landgoederen. De hoofdopdracht was echter om 'de Gemeentens (meenten) van Gooiland' op te meten en te tekenen. De dorpen, de Naardermeer, landgoederen en zelfs de Gooise grenzen zullen bijzaak zijn geweest. Al deze objecten dienden slechts als omlijsting van de erfgooiersgronden.
Uitvoering van de 'Caarte van Goyland' Dit was de eerste keer, dat het gehele Gooi op redelijke schaal in kaart werd gebracht. Ook werd de uitvoering verfraaid, zodat deze (naar gewoonte) als wandversiering kon dienen. Kennelijk was dit de reden om 't Gooi 90 graden te draaien, waardoor de oostgrens boven kwam te liggen. Eeuwen tevoren was deze grens vastgelegd middels de Leeuwenpaal, die duidelijk werd ingetekend. De kerktoren van Naarden had gediend als meetbaken en stond als enige toren aangegeven. De Gooise dorpskerken werden niet zichtbaar ingetekend, wel de omliggende woningen en boerderijen. Desondanks plaatste Van Broekhuysen de dorpskernen tamelijk goed ten opzichte van elkaar. Mogelijk paste hij 'driehoeksmeting' (8) toe via de toren van Naarden en de dorpstorens. De plaats van de huisjes, die de dorpen voorstellen, berustte echter bijna zeker op fantasie. Wel verschillen de dorpen in omvang naar gelang het inwonertal. En in het dorp Huizen, waar vooral vissers woonden, zijn de woningen dichter opeen getekend. In de overige dorpen, overwegend bestaande uit boerenhoeven, lagen ze meer verspreid. De paden in de dorpskernen zijn nauwelijks zichtbaar aangegeven, wel die in de engen. Ook de verbindingswegen zijn duidelijk te zien. Aan de exacte richting en ligging van deze zandpaden zal weinig zorg zijn besteed. Volgens de opdracht van Stad en Lande moest Van Broekhuysen meten en tekenen: 'Beemden, Moerassen, Weijden, Heijden, Waeranden, Wildernissen, Bosch-houwinge ende Veenen'. (9) Op de kaart kleurde hij de 'Gemeene Weijden' groen en de erfgooiers 'Heijden' lichtbruin. Terreinen, waar Stad en Lande geen vruchtgebruik bezat, bleven wit. De gekleurde percelen voorzag hij van nummers 1 tot en met 37. Rechts op de kaart schreef hij een lijst, waarop ieder perceel stond aangegeven met oppervlakte en toponiem (benaming). De oppervlakte vermeldde hij in Rijnlandse eenheden (1 morgen = 6 hont = 600 roe) Als schaalverdeling was een liniaal met een lengte van 3 1/2 Rijnlandse duim getekend. Het geheel werd opgesierd door een passer, waarbij stond geschreven: 'Schale van 350 roeden'. Op de oorspronkelijke kaart kwam dit overeen met een schaal van circa 1 : 14.400. (10) Kritiek op de kaart Na het gereedkomen van de kaart kwam er kritiek uit de verwachte hoek. Hinloopen gaf commentaar en liet de erfgooiers gronden nameten. Hiervoor koos hij .... Maurits Walraven. Een zinsnede uit een akte luidde: 'Laeten examineren bij Landmeter Maurits Walraven, die tot maeken van zelve (kaart) eerst was aengenomen, dogh weer afgedanckt, heeft mij de zelve Hr. Hinlopen onder andere verseckert'. (11) Of het rancune was of anderszins, Walraven 'ontdekte' 13 percelen, die volgens hem niet goed waren opgemeten. Bovendien waren de oppervlakten niet goed opgeteld. Tevens vond hij dat de 'Hilversume Weijden' te groot waren en 'het streekt in 't leven (in werkelijkheid) meer zuidoostelijk als op de Caart werd vertoont'. Toen Walraven's verbeterde versie in 1723 gereed kwam, had hij slechts van twee percelen de grootte gewijzigd. Zelfs de werkelijke oppervlakte bleef gelijk, nadat Walraven de optelfout gecorrigeerd had. Ook Thierens, de secretaris van Stad en Lande, liet zich niet onbetuigd. Hij wees Boelhouwer erop, dat Hinlopen volgens de kaart ten onrechte Een tot anderhalve morgen te veel zou bezitten. De nieuwe grens tussen Gooiland en het Sticht Van de kaart uit 1709 maakte Walraven een verbeterde uitvoering. Aan het tot stand komen van deze kaart werd tussen de jaren 1719 en 1723 gewerkt. Voorafgaande aan deze kartering had Walraven samen met Justus van Broekhuysen de oostgrens opnieuw gemeten en getekend. (12) Daarom droeg het nieuwe exemplaar de titel: 'GOYLANDT, met de Nieuwe Limiet-schijding tussen Goijlandt en het Sticht van Utrecht - volgens de Conventie in dato July Ao 1719'. Om de grens voorgoed vast te leggen waren er vanaf de Leeuwenpaal twee en twintig grenspalen geplaatst. De palen 1 tot en met 3 volgden de Gooiersgracht, die al eeuwen tevoren als 'Limietschijding' was gegraven. In de grenslijn kwamen enkele knikken voor. Deze stonden van ouds te boek als 'inschinkeling'. (13) Verder waren de palen in zuidelijke richting in de hei geplaatst tot grenspaal 16. Bij dit punt 'alwaar sijn gevonden dreye steenen' (de oorspronkelijke grensstenen) boog de grens naar het westen. Grenspaal 22 verrees als laatste bij de Egelshoek. Zowel de nummers van de palen als de onderlinge afstanden vermeldde Walraven op zijn kaart. Kennelijk kregen de twee rivalen bewust gezamenlijk de opdracht tot de grensmeting. Zo konden zij objectief de belangen van zowel het Gooi als het Sticht dienen. Walraven werd namelijk anno 1690 in Amsterdam als landmeter toegelaten, terwijl Van Broekhuysen zijn aanstelling in 1696 kreeg.
De kaart van Walraven Oppervlakkig gezien kopieerde Walraven slaafs het werk van zijn voorganger. Gooiland situeerde hij op dezelfde manier. Hij nam de perceelnummering plus de kleuren en de lijst met oppervlakten over. Alleen de grootte van twee percelen paste hij zodanig aan, dat het totaal van de 37 stuks gelijk bleef. Een bewijs hoe 'gezocht' zijn in 1709 gevonden '13 foute percelen' waren. Wel corrigeerde hij de optel fout van Justus van Broekhuysen. Walraven hield ongeveer dezelfde schaal aan, maar duidde deze aan met twee schaalbalkjes. Een van 500 Rijnlandse Roeden en de andere van 500 Gooise Roeden. Oorspronkelijk was 1 duim op de kaart in werkelijkheid 100 roe oftewel 14400 duim. Na eeuwen krimpen van de kaart bleek dit bij nameting circa 1 : 14800 te zijn. De kaarten van 1709 en 1723 verschilden echter op belangrijke punten. Allereerst de 'juist' opgemeten oostgrens. Verder de verbeterde aanduiding van de dorpen. Hiervan tekende Walraven slechts de kerktorens en het wegennet van de dorpskernen. Hij paste bijna zeker driehoeksmeting via de torens toe. (8) Een vergelijking tussen de ligging van de eeuwenoude kerken met een moderne kaart toonde dit aan. Zowel de onderlinge positie als de afstanden klopten redelijk. Hetzelfde gold ook voor de ligging van de grenspalen, 's-Gravelandse kavels, Hakkelaarsbrug en andere markante punten. Walraven gebruikte dus niet alleen een meetketting, maar ook een kompas.
De kaart van Post 'De Nieuwe kaart van Gooilandt' uitgegeven door de gebroeders Ottens, naar een kopergravure van H. Post, verscheen omstreeks 1740. Dit exemplaar werd opgedragen aan Hendrik Bicker, waarvan aangenomen kan worden dat hij ook de opdrachtgever was. In 1725 liet Bicker op de Tafelberg bij Blaricum een ronde steen plaatsen. (14) Daarop stonden de omliggende nederzettingen en de windstreken gegrift. Deze 'windroos' prijkte dan ook op de kaart. In feite kopieerde Post het werk van Walraven, maar dan op de kleinere schaal 1 : 25000. Hierdoor en door de aparte inzet van de 'Maatlanden' verkreeg hij een handzaam formaat van 51 x 81 cm. Het resultaat was als wandversiering meer geschikt dan voor praktisch nut. Het geheel was voorzien van kleurtjes. Hiermee werd het onderscheid tussen de grondsoorten of gebruik aangegeven. Bijvoorbeeld: weiland - lichtgroen; venen - paars; bossen - donkergroen. Die bossen bevonden zich hoofdzakelijk in de door Post zeer gedetailleerd aangegeven landgoederen. Een zo'n buitenplaats, gelegen in 's-Graveland, was van Bicker. Trots liet hij zijn naam en functie 'Fiscael' drukken in de plattegrond van zijn kavel. Voor zijn kennissen en zakenrelaties een prachtig 'relatiegeschenk'. De kaart mocht wel minder professioneel zijn dan de voorgaande, maar door de grotere verspreiding kwam deze onder ogen van een breder publiek. (14) Voor algemeen gebruik was dit de enige behoorlijke topografische voorstelling van het Gooi tot 1843. In dat jaar liet notaris A. Perk een soortgelijk eigentijds exemplaar drukken. NOTEN: 1. Eerste redelijke kaart : Sinck 1619 2. Caarte van Goyland Ao 1709: ARA Hingman 2592. http://gooiland-kaart-1709.blogspot.com/ 3. GOYLANDT met de Nieuwe Limiet-schijding tussen Goylandt en het Sticht van Utrecht Ao 1723: ARA Hingman 2595 (voor afbeelding, zie: http://gooiland.vijftigplusser.nl/ ) 4. Resolutieboek Stad en Lande van Gooiland 1646 - 1717. fol.286 dd. 1709.03.20 5. Uit de geschriften van Lambert Rijksz Lustigh - Stad en Lande archief. 6. Resolutieboek Stad en Lande van Gooiland 1646 - 1717. fol. 291 dd. 1709.11.20 7. ARA; Archief van de Rekenkamer der Domeinen, inv. nr. 755 bis Map 1. 8. Snellius (1580-1626) paste reeds driehoeksmeting toe en bepaalde de hemelsbreedte tussen Alkmaar en Berg op Zoom.
http://www.cosmovisions.com/Snellius.Triangles.gif 9. De opdracht staat rechts onder op de Caarte van Goyland. 10. Rijnlandse oppervlakte-eenheden: 1 morgen = 8516 ca; 1 hont = 1419 ca; 1 (vierkante) roe = 14,19 ca. Rijnlandse lengtematen: 1 roe = 144 duim; = 3,767 m; 1 duim = 2,616 cm. De schaal van de kaart: 1 duim : 14400 duim. 11. ARA; Archief van de Rekenkamer der Domeinen, inv. nr. 755 bis Map 1, dd. 1709.12.12 12. Limietscheijdinge tusschen Goijlandt, ende Stigt van Utrecht na conventie van Ao 1719: ARA Hingman 2594 (schaal 1 : 2800) [ http://www.gooienvechthistorisch.nl/ - 23801 Stad en Lande - hernieuwde vaststellingvan de limietscheiding van Gooiland en Utrecht, afschriften, het placaat tegen schending limietscheiding 20 juli ] 13. Inschinkeling, zie Woordenboek der Nederlandse Taal: Van Inschinkelen, Inspringende (scherpe) hoek; ook de daartoe besloten inham of hoek lands. 14. A.C.J. de Vrankrijker - Toelichting bij de oude kaart van het Gooi. 'Nieuwe Kaart van Gooilandt' circa 1725: ARA Hingman 2578. 15. Nieuwe Kaart van Gooiland als meede van Mynden ende Loosdrecht. Een afbeelding van deze kaart van Gooiland staat bij WIKI pedia. Het Gooise gedeelte is waarschijnlijk afgeleid van ARA Hingman 2578. ________________________________________________ F.J.J. de Gooijer http://gooijer.netfirms.com/ http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/ Voor afbeeldingen en foto's, zie: http://gooiland.vijftigplusser.nl/?page=article&warticle_id=4265&Drie_18e_eeuwse_Gooilandkaarten_ ______________________________________________ Repertorium van Nederlandse kaartmakers 1500-1900 [Samengesteld door: Marijke Donkersloot-de Vrij, Utrecht 2003] http://www.maphist.nl/Repertorium_van_Nederlandse_kaartmakers.pdf __________________________________________________________
|